Wanneer PTSS zich bij meisjes uit als een eetstoornis

In een recente aflevering van het wetenschapsprogramma Focus staat een belangrijk en veelal onderbelicht thema centraal: trauma en het vrouwenbrein. Vrouwen hebben namelijk twee keer zo veel kans om een posttraumatische stressstoornis (PTSS) te ontwikkelen dan mannen, terwijl het meeste onderzoek naar PTSS vooral bij mannen is gedaan. Wat betekent dit voor de ontwikkeling van eetstoornissen, die juist zo vaak beginnen in de pubertijd en bovendien vooral meisjes treft?

 

Geen toeval

 

Dat is geen toeval. De puberteit is een periode waarin hormonale veranderingen, neurobiologische herorganisatie en verhoogde stressgevoeligheid samenkomen. Als we weten dat trauma zich bij vrouwen vaker en anders manifesteert, dan kunnen we niet om de vraag heen wat dit betekent voor hoe eetstoornissen ontstaan, begrepen en behandeld worden.

Vanuit die invalshoek wordt het noodzakelijk om eetstoornissen niet uitsluitend te benaderen als een probleem van eten, gedrag of cognities, maar te onderzoeken hoe zij samenhangen met traumagerelateerde stressresponsen in het lichaam. Juist bij meisjes en vrouwen, en juist in deze ontwikkelingsfase.

Het is daarom betekenisvol dat er steeds meer onderzoek verschijnt dat bevestigt wat wij in de dagelijkse praktijk al jarenlang zien en uitdragen: een neurobiologische en traumageïnformeerde benadering is essentieel voor het werkelijk begrijpen en behandelen van eetstoornissen.

Puberteit als neurobiologisch kwetsbare fase

 

In deze ontwikkelingsfase vindt een herorganisatie plaats van het hormonale systeem, het brein en het stress- en emotieregulatiesysteem. Het stress- en emotionele systeem wordt gevoeliger, terwijl regulerende functies nog in ontwikkeling zijn. Dat maakt deze periode extra kwetsbaar.

In deze fase moeten pubers zich leren verhouden tot wie zij zijn, hun lichaam en hun plek in de groep. De gevoeligheid voor overweldiging en intense ervaringen is groter, mede door sociale druk en voortdurende afstemming op de omgeving. Wanneer er daarnaast sprake is van neurodiversiteit,  zoals hooggevoeligheid, hoogbegaafdheid, ADHD of autisme,  kan deze kwetsbaarheid verder toenemen.

In die context is het niet verwonderlijk dat eetstoornissen juist in deze periode ontstaan.

 

De beperkingen van een top-down benadering

 

Wanneer eetstoornissen ontstaan in een fase waarin het stress- en emotieregulatiesysteem nog onvoldoende draagkracht heeft, is het problematisch om de behandeling primair te richten op cognities en gedrag. Toch is dat wat de huidige standaard grotendeels voorschrijft: cognitieve gedragstherapie, vaak aangevuld met lichaamsgerichte of systemische interventies die in de praktijk alsnog vooral bestaan uit gesprekken, reflectie en inzicht.

Deze benadering veronderstelt dat regulatie volgt uit begrijpen, terwijl bij veel mensen met een eetstoornis juist het omgekeerde het geval is: het lichaam is ontregeld, waardoor denken en voelen beperkt toegankelijk zijn. Zolang het zenuwstelsel zich in een overlevingsstand bevindt, schiet een overwegend top-down aanpak tekort.

 

PTSS-onderzoek bij meisjes helpt eetstoornisgedrag begrijpen.

 

Eetstoornissen bekeken vanuit een PTSS-respons

 

Wanneer we bottom-up werken (vanuit het lichaam en het zenuwstelsel) en erkennen dat er onder een eetstoornis vaak sprake is van PTSS-achtige stresspatronen of ontwikkelingstrauma, ontstaat een ander begrip van wat we zien. Uit het onderzoek komt naar voren, dat een veelvoorkomende PTSS-respons bij vrouwen zich uit in terugtrekking, afsluiting en het verminderen van contact met de omgeving, met anderen en met het eigen lichaam. Dit speelt zich af op onbewust niveau en is een autonome overlevingsreactie van het zenuwstelsel, wanneer het systeem te veel dreiging of spanning ervaart.

Precies hetzelfde mechanisme zien we ook bij eetstoornissen. Wanneer je langdurig stress, overweldiging of innerlijke onveiligheid ervaart, is terugtrekking een logische biologische reactie. Bij eetstoornissen krijgt deze terugtrekking vorm via restrictie, controle over eten, het vermijden van maaltijden, rigide eetrituelen of het afsluiten van lichamelijke signalen zijn.

Dit zijn geen willekeurige symptomen, ze passen binnen dezelfde biologische logica van terugtrekking die we ook bij PTSS zien: het verminderen van prikkels, contact en gevoelsintensiteit om te kunnen blijven functioneren.

De eetstoornis helpt het systeem om te gaan met ontregeling van het zenuwstelsel. Door controle en beperking wordt de innerlijke chaos tijdelijk hanteerbaar gemaakt. Tegelijkertijd zorgt ditzelfde mechanisme ervoor dat het lichaam zich verder afsluit, waardoor herstel van contact, regulatie en veiligheid juist uitblijft.

De paradox: regulatie én instandhouding

 

Daarmee helpt de eetstoornis meisjes en vrouwen om te blijven functioneren wanneer stress en traumatische spanning te groot worden, terwijl zij tegelijkertijd de neiging tot terugtrekking, afsluiting en controle versterkt die bij PTSS hoort. Wat oorspronkelijk helpt om te overleven in een periode van verhoogde gevoeligheid en hormonale ontregeling, kan op termijn het herstel belemmeren.

Juist omdat het vrouwelijke lichaam in fases zoals de puberteit extra gevoelig is voor overweldiging, intensiteit en relationele spanning, krijgt deze paradox hier extra betekenis. De eetstoornis reguleert en bevestigt. Ze beschermt tegen te veel voelen, te veel nabijheid of te veel prikkels, maar sluit tegelijkertijd af van het lichaam, van gevoelens en van verbinding met anderen.

Dat maakt ook duidelijk waarom eetstoornissen vaak zo hardnekkig zijn en waarom ze niet verdwijnen door enkel het gedrag te corrigeren of cognitief te herstructureren. De functie van het gedrag is diep verankerd in hoe het lichaam zich heeft aangepast aan stress, hormonale veranderingen en relationele druk.

 

Waarom sekse, hormonen en ontwikkeling ertoe doen

 

Dit onderstreept waarom het zo belangrijk is om de neurobiologische en hormonale verschillen tussen mannen en vrouwen serieus te nemen bij het begrijpen van eetstoornissen. De puberteit is niet alleen een psychosociale overgang, maar een periode van ingrijpende biologische herorganisatie. Hormonale schommelingen beïnvloeden stressgevoeligheid, emotieregulatie en de verwerking van prikkels, terwijl het zenuwstelsel zich nog aan het uitlijnen is.

Traumapatronen die veel eerder in het leven zijn ontstaan, bijvoorbeeld door ontwikkelingstrauma of verstoringen in hechting,  hoeven in de kindertijd niet altijd zichtbaar te zijn. Ze kunnen latent aanwezig blijven zolang het systeem voldoende draagkracht heeft. Juist de veranderingen in de puberteit kunnen deze oude stresspatronen activeren, doordat de belasting toeneemt en de regulatiecapaciteit tijdelijk afneemt.

Wanneer deze onderliggende PTSS-dynamiek niet wordt herkend, wordt het eetstoornisgedrag gemakkelijk gezien als een op zichzelf staand probleem. In werkelijkheid is er sprake van een traumatische oorsprong, die een andere benadering vraagt.

Daarom is het herkennen van deze biologische en ontwikkelingsdynamiek geen theoretische luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor passende behandeling. Zonder inzicht in wat het (vrouwen)lichaam in deze fase doormaakt, hormonaal, neurobiologisch en relationeel, blijft de kern van het probleem buiten beeld en wordt de behandeling van eetstoornissen zoiets als water naar zee dragen.

Trauma in het vrouwenbrein

De hele uitzending (30:28 min) is terug te kijken via NPO Start

 

Een uitnodiging

Als dit perspectief resoneert, kan het zijn dat je anders bent gaan kijken naar je eigen situatie of die van iemand dichtbij je. Niet vanuit de vraag wat er ‘mis’ is, maar vanuit de vraag wat het lichaam probeert te reguleren of te beschermen.

Wanneer eetstoornisgedrag samenhangt met stress, overweldiging en mogelijk onderliggende PTSS-dynamiek, kan het helpend zijn om samen te onderzoeken wat er bij jou speelt en welke volgende stap passend is.

👉 Meld je HIER aan voor een gratis persoonlijk inzichtgesprek

Een gesprek waarin we samen kijken naar jouw situatie, zonder oordeel en zonder vaststaand behandelplan. Met aandacht voor wat er onder het verstoord geraakte eetgedrag ligt.

Renate Lukassen

Renate heeft Bodytolk opgericht in 2017. Ze is psychosociaal therapeut met een specialisatie in hechting, relationeel trauma & eetstoornissen, systemisch coach, trainer persoonlijk leiderschap en grensbewustzijn en auteur.

0 Comments